Buddy Rich 100 jaar: 30 september 2017
Het grote BUDDY RICH verhaal 1917-1987
Artist news 30-09-2017 08:31
Vandaag, 30 september 2017, zou Buddy Rich 100 zijn geworden. Hij overleed 30 jaar geleden, maar zijn grootheid duurt voort. Hij geldt als een van de beste drummers ooit, zo niet de állerbeste.
In Slagwerkkrant 79, mei-juni 1997, schreef Hugo Pinksterboer het ultieme verhaal over Buddy Rich. Ter gelgenheid van de 100ste verjaardag van Buddy Rich, hierbij het complete artikel online op Slagwerkkrant.nl.



door Hugo Pinksterboer

Hij was anderhalf jaar en stond goed betaald op het podium, hij vocht zijn leven lang voor de legalisering van softdrugs, haalde een zwarte band in karate, trouwde bijna met filmster Lana Turner, werd in opdracht van Frank Sinatra door twee maffiosi in elkaar geslagen, vond het leven te kort om met lelijke vrouwen uit te gaan, en zei toen hij drie was tegen een roadie: `Als je mijn trommels beschadigt, mep ik je een blauw oog.' Buddy Rich. Een van die weinige drummers met eeuwigheidswaarde. Niet alleen door zijn ongeëvenaarde instrumentbeheersing en zijn muzikaliteit, maar net zo goed door zijn persoonlijkheid en zijn gigantische energie. Een terugblik, tien jaar na zijn dood, met een biografie, een discografie, een videografie, een boekenlijst, en markante uitspraken van, en korte interviews over de man die zichzelf beschreef als een `gecompliceerd maar simpel, warrig maar rechtlijnig, en agressief maar vrolijk mens'.

Misschien word je dat ook allemaal, als je je hele familie financieel onderhoudt nog voor je tien bent. Rich's ouders hadden een variété-act met zang- en dansnummers, waarin hij voor het eerst meedeed toen hij achttien maanden was. In de jaren daarna groeide hij als Traps, The Drum Wonderuit tot een van 's werelds best betaalde kindersterren. Een echte jeugd had hij niet, en dat is volgens dochter Cathy een van de redenen dat Rich zijn hele leven lang met taarten bleef gooien en andere gein uithaalde. Toen een verpleegster hem voor zijn laatste operatie een kalmerend middel wilde toedienen en vroeg of hij ergens allergisch voor was, zei Rich: `Ja, country & westernmuziek'. Datzelfde gevoel voor humor bezorgde Rich menig tv-optreden, onder meer in de Muppetshow en in de bekende talkshows van Johhny Carson. Niet alleen als drummer, maar ook als snelle komiek en als zanger, en in de eerste plaats als persoonlijkheid.

Rond z'n achttiende begon Rich zich voor jazz te interesseren. In 1937 debuteerde hij in de bigband van Joe Marsala. Tijdens een tournee met de Bunny Berigan-bigband raakte de befaamde bandleider Artie Shaw stevig onder de indruk van Rich's werk. Hij wilde hem graag in zijn band hebben, maar vroeg zich nog wel af hoe niet-lezer Rich van plan was alle partijen onder de knie te krijgen. `Ik kom wel een paar keer luisteren', zei de twintigjarige Rich, en speelde vervolgens de arrangementen alsof hij ze zelf geschreven had. [1]

Rich's virtuositeit en power waren onstuitbaar, in die dagen. Toen Shaw hem vertelde dat het niet helemaal de bedoeling was om elk optreden het karakter van een drumsolo met bigband-begeleiding te geven, zei Rich: `Ik weet niet of ik het wel anders kan.' Maar hij leerde het wel, natuurlijk, zonder iets van zijn drive te verliezen.

Eind 1939 verhuisde Rich naar de bigband van Tommy Dorsey waar hij, onderbroken door marinetaken in de oorlog, in bleef spelen tot 1945. De bloeitijd van de bigband was voorbij, bebop werd geboren. Reden genoeg voor de immer eigenwijze Rich om zijn eigen bigband te beginnen. Op bopdrummers was Rich niet dol. Hij hield niet van de manier waarop ze de muziek ritmisch opdeelden en vond ze niet agressief genoeg. Toch pikte hij ook uit die stijl elementen op, en toen in 1949 het doek voor zijn eigen bigband viel, speelde Rich jarenlang in tal van kleine bezettingen met onder anderen Charlie Parker, Lester Young, Zoot Sims, Dizzy Gillespie, Coleman Hawkins, en Art Tatum.

In diezelfde periode tourde hij met Jazz at the Philharmonic en werkte hij incidenteel met de bigbands van Harry James en Tommy Dorsey. In 1966 richtte Rich een nieuwe bigband op. Iedereen verklaarde hem voor gek - alweer. Waarom een bigband, als rock de trend is? `Ik weet waar mensen behoefte aan hebben. Aan muziek die integer is, iets toevoegt en persoonlijkheid heeft. Muziek waarin de integriteit niet wordt opgeofferd met als enig doel een paar miljoen platen te verkopen. Tuurlijk zijn er mensen die zeggen dat er behoefte aan iets nieuws is. Geen probleem: jazzmuzikanten spelen altijd iets nieuws, elke keer dat ze spelen.' [2]

Het werd de band waarmee Rich tot zijn dood bleef spelen, met een repertoire dat maar liefst vijfhonderd nummers telde. De grootste onderbreking in de carrière van die band werd veroorzaakt door Rich's tweede hartaanval, in januari 1983. Hij kreeg een viervoudige bypass, en artsen voorspelden hem minimaal een jaar rust voor hij weer zou kunnen spelen - als hij ooit nog zou kunnen spelen. Acht weken na de operatie zat Rich weer op het podium. Het was niet de eerste keer dat hij blijk gaf van het credo dat hij vanaf zijn geboorte meekreeg: the show must go on. Hij liet zich ooit, getergd door hevige rugklachten, door drie man achter zijn drumstel tillen. Wel achter een gesloten gordijn, omdat niemand dat hoefde te zien.



Wereldberoemde solo in de West Side Story song met zijn eigen bigband


Zo trad hij ook vaak op in ziekenhuizen en gevangenissen - belangeloos en zonder publiciteit, omdat niemand hoefde te weten hoe goed en menslievend hij was. Dat was een onbekende kant van Rich, wiens onhandelbare temperament aanzienlijk meer in het oog liep. De ellenlange en met talloze fuckin's doorspekte scheldpartijen tegen zijn bandleden in de tourbus, bijvoorbeeld [3]. En bijna niemand weet dat hij na zo'n uitbarsting tegen een wat onthutste vriend zei: `Zeg maar niet dat ik dat niet meende; ik zou mijn autoriteit niet willen verliezen.' [4]

Helaas hebben we Buddy Rich zelf nooit geïnterviewd. De volgende illustratieve, vaak stevig gekruide uitspraken zijn ontleend aan interviews in andere bladen. Uitspraken die vaak ook een keerzijde hadden. Toen iemand Rich ooit eens vroeg wat hij vond van drummers die hun spel versierden met allerlei theatrale trucs en andere grappen, zei hij: `I think they're full of shit' - terwijl hij zich jaren daarvoor met podium en al, spelend en wel, op zijn kop had laten draaien... Eén keer slechts. Omdat meer niet nodig was.

Van Rich's vele saillante uitspraken over rockmuziek citeren we er hier twee: `Jazzgroepen nemen een plaat in drie of vier dagen op. Rockbands doen er soms meer dan een jaar over. Waarom in godsnaam een jaar, als ze maar twee akkoorden kennen?' [2] En: `Swing heeft te maken met puls. En dan bedoel ik niet de puls die je in de gemiddelde rockband voelt. Dat is geen puls; dat heeft meer weg van een hartaanval.'

Een fijne voor gitaristen is: `Waarom ik geen gitarist in mijn bigband heb? Omdat Freddie Green al bij Count Basie zit.' [2]

Over muziek maken: `Ik leerde het vak van zwarte drummers. Chick Webb, Papa Jo, Sid Catlett. Van blanke drummers was ik nooit zo'n fan, met uitzondering van Gene Krupa en Tony Briglia; de anderen waren mij te saai.' [1] En: `Mijn band draait om muziek als vorm van kunst. Geen grappen, geen trucs, geen gekloot, geen gillende dansende wijven. Ik verkoop muziek. Daarom kondig ik de nummers die we spelen niet aan. Allemaal tijdsverspilling. Van mij krijg je drie kwartier muziek, en niet een half uur muziek en een kwartier gelul. Wat maakt het uit hoe al die nummers heten, als je een fantastisch concert meemaakt?' [2]



Drum Battle met Gene Krupa, 1966

Over soleren: `Ik zie mijn solo's als verhaaltjes, met een begin, een middendeel en een uitsmijter. Ik soleer op dezelfde manier als een pianist of een trompettist. Als een nummer uit 32 maten bestaat, soleer ik 32 maten. En in een lange solo speel ik tien keer 32 maten. Of meer, of minder, maar altijd een veelvoud van die 32 maten. En dan laat ik de 32ste maat van een chorus wel eens doorlopen in de eerste twee of drie maten van het volgende chorus, of ik halveer het tempo, of ik verdubbel het, ik speel stukken in drieën of in vijven. Maar aan het eind weet iedereen dat daar het eind is. En dat is altijd daar waar dat veelvoud van die 32 maten eindigt. Mijn drumstel is een muziekinstrument. Niet iets om alleen maar op te meppen.' [2] En: `Ik kan de slechtste solo ter wereld spelen omdat ik heibel met mijn vrouw heb gehad en me niet lekker voel. Ik speel niet altijd even fantastisch. Ik speel zelfs niet altijd even goed. Maar mijn gemiddelde is hoog...' [2]



Waanzinnige, uitgesponnen solo op het North Sea Jazz Festival 1978

Zijn eigen karakter betreffend: `Ik ben de coach van mijn band. Als iemand in mijn band een misser maakt, dan heeft hij zich aan mij te verantwoorden. Ik eis perfectie. Daar zorgen ze voor, omdat ze weten dat ik nogal opvliegend ben. Als iemand de mist in gaat, dan zit ik er niet mee om hem midden op het podium uit te schelden, met het publiek erbij. Motherfucker! Niet omdat ik hem haat, maar omdat ik weet wat hij kan en hij me daarin teleurstelt, en nog meer omdat hij zichzelf in de kou zet. Dat maakt me gek. Dat kan ik echt niet hebben.' [2] En: `Ik schreeuw minder dan ik deed. Ik weet niet of ik milder geworden ben. Ik denk wel dat ik meer begrip heb voor bepaalde problemen. Vergissingen, daar heb ik geen ruimte voor. Maar wel voor pijn of vermoeidheid, omdat ik zelf ook pijn kan hebben of moe kan zijn.' [2]

En over drummen en drummers: `Ik hou van drummers, maar er is niemand die de kunst van het drummen een stap verder brengt. Integendeel. De enige uitzondering is Steve Gadd, denk ik, en dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat hij een jazz-achtergrond heeft. Harvey Mason vind ik ook goed. Die zie ik wel zitten, die Mason.' [5] En: `De beste drumbreak van vier maten staat nog altijd op naam van Count Basie's Shadow Wilson, in het nummer Queer Street. Niks onmogelijks wat hij daar sloeg, niks ingewikkelds. Maar wel de perfecte break in dat nummer. Net als Bobby Columby in Spinning Wheel van Blood, Sweat and Tears: een betere break was in dat nummer niet mogelijk geweest. Perfect, gewoon.' [5]

Uitspraken over Buddy Rich zijn er natuurlijk ook in overvloed. Zo zei Tommy Dorsey ooit tegen drummer Alvin Stoller: `Er zijn drie klootzakken op deze wereld: Buddy Rich, Hitler, en jij - en van die drie heb ik er twee in mijn band gehad!'. [6]

 

Collega-drummers over Buddy Rich


Freddy Gruber is de laatste tijd vooral bekend als leraar en coach van drummers als Peter Erskine, Dave Weckl, Adam Nussbaum, Neil Peart en Kenny Aronoff. Wat minder mensen weten, is dat de bijna zeventigjarige drummer ook jarenlang Rich's roommate was.

Gruber: `Toen Buddy dood ging, verloor ik mijn beste vriend. Een lastige man? Zeggen mensen dat? Welnee. Buddy was poeslief. Poeslief. Hij besodemieterde je niet. Hij was doodeerlijk. En dat accepteer ik. Maar dat accepteer ik altijd. Er verscheen eens een artikel over mij, onder de kop Afrikaanse ritmes met de techniek van Buddy Rich. "Wát?", schreeuwde Buddy, toen hij dat las. "Biecht eens op. Heb je wel eens een plaat van me gekocht?" "Nee", zei ik. "Je weet dat ik niet zo'n platenkoper ben." "Lieg niet", zei Buddy, "of ik breek je armen. Heb je ooit wel eens iets van me gekopieerd?" "Nee", zei ik, "dat kan ik niet eens. Als ik boodschappen ga doen kom ik altijd al met de verkeerde spullen terug, en dat weet je." "Oké", zei Buddy. "Dan weet ik dat. Hou nou je kop maar en zet de tv aan...".'

Had je Buddy les kunnen geven?
Freddy Gruber: `Absoluut niet. Van geen kanten. Die man was een genie, op een niveau dat maar heel weinig mensen ooit kunnen bevatten. Ik had hem kunnen leren lezen, natuurlijk. Maar dat wilde hij niet. Hij las geen noot. En waarom zou hij? Ik draaide eens de een of andere symfonie terwijl hij in de zon bij het zwembad lag. De plaat loopt af, en hij fluit vrolijk alle partijen van dat complete honderdmans-fuckin'-symfonie-orkest na. Wie doet hem dat verdomme na? Mozart? Al die koters die hem alleen maar brrrrrrrrrrrrrrrrr over die set horen gaan, die snappen er geen zak van. Die enorme virtuositeit, dat was alleen maar de slagroom op die gigantische taart
`En die slagroom was belangrijk. Natuurlijk. Het was een geboren showman. Daarom zaten zijn bandleden ook altijd naar hem te kijken als hij een solo gaf. Dat hoorde erbij. Dat hoort er nog altijd bij, als je op een podium zit. De show. Behalve voor de mensen die vinden dat het er niet bij hoort. Die gaan alleen nooit zo lang mee. Dat zijn alleen maar grootse muzikanten. Geen performers. Die kant had Buddy ook. Als je hem ergens zag spelen in een club, of met Count Basie's band. Dan zat daar een drummer die helemaal honderd procent voor de muziek ging, zonder een greintje show. Maar als hij met zijn eigen band speelde, dan gaf hij de mensen de Buddy Rich die ze wilden zien. Bongadiebangadiebongadiebang...'



Buddy Rich Big Band speelt Weather Report's Birdland


Rich brak ooit zijn arm tijdens een partijtje handbal, in een poging zijn val te breken. Toen het gips eraf kwam speelde hij met die linkerhand alsof er helemaal niks gebeurd was. Revalideren? Rich niet. Peter Erskine weet waarom, en natuurlijk nog meer: `Buddy had de beste handen die een drummer ooit gehad heeft. Of het een god gegeven talent was, of iets anders? Geen idee. Hij had ze, en ik geloof dat er nooit meer een drummer zal zijn met een dergelijke instrumentbeheersing. Daarmee zit hij voor mij in de klasse van Paganini, Pablo Casals, en Horowitz. En dat zeg ik terwijl er een hoop drummers met fantastische handen zijn. Weckl, vooral. Sinds hij bij Freddy Gruber zit, krijgt hij ook steeds meer klank uit zijn instrument. Da's natuurlijk ook iets van Rich: de klank die hij uit die trommels haalde. Ik weet nog dat ik een keer met de band van Stan Kenton speelde, jaren geleden. Buddy speelde als gastsolist op mijn set. In die tijd bestond die uit gigantische bekkens en enkelvellige toms die zo on-Rich gestemd waren als maar mogelijk was. Buddy ging zitten en klonk als Buddy Rich. Vanaf de eerste klap. De hand van de meester.

`Dat is ook een van mijn problemen met die Memorial Scholarship-video's. Het geluid van Buddy's drums was een essentieel onderdeel van de klank van zijn band, en dan moet je daar niet opeens van die vette dooie bassdrums onder leggen, en al helemaal niet in arrangementen die meer op de drummer in kwestie geschreven zijn dan op Buddy zelf. Als ik naar zo'n concert ging, hoopte ik altijd iemand te zien die het zou aandurven op Buddy's set te spelen. Helaas. Ik denk dat je daartoe als drummer, op dat niveau, in staat zou moeten zijn. En de drummers die dat niet zijn? Die hadden voor die concerten helemaal niet uitgenodigd moeten worden.
`Bovendien had ik vaak het gevoel dat er daar nogal wat drummers zaten te spelen om indruk op de andere drummers te maken, in plaats van voor de muziek te spelen. Buddy speelde altijd voor de muziek - hoewel sommige mensen dat door zijn solo's nog wel eens uit het oog verloren...

`Of Rich nu gewoon time speelde of een ritmisch figuur voor de blazers aanzette, er was altijd zoveel te beleven, muzikaal en drummistisch: voor drummers is dat eindeloos fascinerend. Ik zag hem vooral graag brushes spelen, trouwens. De keren dat ik dat meegemaakt heb blijven me altijd bij. Natuurlijk kon hij ongelofelijk swingen, en hij was een vreselijk dynamisch mens, zowel persoonlijk als muzikaal. Mede daardoor schieten mensen nog wel eens in uitersten als ze over Buddy praten. Van "Buddy was een god" tot "Buddy was een vreselijke man". Zonde. Je kan beter naar zijn muziek luisteren.'


Zijn het alleen jazzdrummers die Rich zo onder de loep genomen hebben, die door hem beïnvloed, geraakt, gefascineerd of gefrustreerd zijn geraakt? Nee, natuurlijk. Simon Phillips, Kenny Aronoff, Matt Sorum, Neil Peart, Rod Morgenstein, Omar Hakim, Gregg Bissonette, en hele rijen anderen. Zo ook Doane Perry. Een minder bekende naam, maar wel de drummer die al vanaf 1984, tien albums lang, de basis legt voor de symfonische rock van Jethro Tull.

`Natuurlijk luisterde ik graag naar zijn solo's, maar ik hield meer van de diepgang die hij als muzikant had. Hij benaderde zijn drumstel niet alleen als een stel trommels, maar als een deel van het orkest waar hij mee speelde. Bovendien deed hij dat vanuit een sterk compositorisch oogpunt. Daarmee bedoel ik niet dat hij avond aan avond hetzelfde speelde, maar dat hij wist wat hij waarom wanneer sloeg. En wat niet, vooral: hij kon hele simpele dingen spelen, gewoon strak begeleiden, met brushes werken. Het juiste ding op het juiste moment. Niets meer, en niets minder. Dat is het verschil tussen goede en grootse muzikanten.

`Zoals hij die band aandreef, zoals hij altijd iedereen een stap voor was en altijd precies wist wat er waar ging gebeuren, hoe hij fraseerde, waar hij terughield of juist pushte, waar hij eenvoudige dingen speelde of juist heel complexe... Een goede drummer is de meesterkok en de bordenwasser van de band, op hetzelfde moment. Buddy Rich, dus. Nog afgezien van de gigantische oren die hij had. Dat is legendarisch. Hij hoefde een nummer maar een keer te horen en hij kende het. Sterker nog: hij kon dat nummer op datzelfde moment in een muzikale performance vertalen. Dat is een tamelijk opvallende gave, om het zo maar even te zeggen.

`Bovendien was Rich door zijn showmanschap en zijn gigantische solo's ook een drummer die het drumstel uit dat donkere hoekje achterop het podium haalde, net zoals Gene Krupa dat gedaan heeft. Je hoefde geen drummer te zijn om van Rich te genieten, en dat heeft de huidige generatie drummers een hoop goed gedaan.'



Reünie met de bandleider bij wie hij ooit begon: Tommy Dorsey, enkele maanden voor de veel te vroege dood van Buddy Rich. Hij werd slechts 69 jaar. 


Steve Clover, drummer, historicus en etnomusicoloog, geeft vanaf 1981 drumlessen in zijn privé-studio en aan de Muziekschool in Tilburg. Een Buddy Rich-fan was hij nooit, stilistisch, maar hij reed wel een keer driehonderd kilometer om hem te zien spelen. Omdat er altijd zoveel meer is. Zo had Clover ook nog veel meer over Buddy Rich te zeggen dan wat je hier leest.

`Buddy Rich was showbusiness. Natuurlijk. Maar in de eerste plaats was hij drummer. Zijn showbusiness was gebaseerd op zijn drummen. En niet andersom, zoals je dat nu zo vaak ziet. Rich was veel meer dan wat mensen zien. Omdat ze hem niet kennen in de band van Harry James, of bij Frank Sinatra. Omdat ze hem niet kennen als zanger, als komiek of als tapdanser. Dat was hij allemaal. En hij was een communicator, zoals Gene Krupa, zoals Ed Blackwell. Dat is wat die mensen eeuwig doet voortleven. Buddy is ook een tijdloos mens, omdat wat hij speelde tijdloos was, even los van de stijl van zijn muziek. Niet naar Buddy Rich luisteren omdat het ouderwetse muziek is? Als ik de beste chirurg kan krijgen, en de man is zeventig, ga ik niet zeggen dat hij ouderwets is. Omdat sommige dingen nooit veranderen.

`Buddy was ook positief. Alles wat hij speelde was positief. En met alles wat hij in huis had speelde hij nooit iets snels om te laten horen hoe snel hij kon spelen. Hij gaf, en dat is iets wat je van weinig jongere muzikanten kan zeggen. Mensen die bij hem in de band speelden konden hem misschien af en toe een klootzak vinden, maar iedereen ging altijd met plezier aan het werk. Omdat Buddy gaf, en omdat hij er altijd bovenop zat. Natuurlijk speelden ze niet elke avond even goed. Wist Rich ook. Hij was niet gek... Rich had zelf ook zijn slechte dagen, alleen zat hij op een niveau dat niemand dat ooit zou merken.

`Rich verdient ook respect omdat hij een standaard creëerde, op een technisch niveau dat weinig mensen ooit zullen bereiken. Dan heb ik het niet alleen over zijn virtuositeit, maar ook over het feit dat hij dat geheel wist over te dragen op zijn publiek. Ja, er zijn mensen die kunnen spelen wat Buddy speelde, maar ze zeggen er zo verdomd weinig mee. Omdat je in Buddy's spel altijd Buddy's persoonlijkheid hoort. En dat was een persoonlijkheid die voortdurend voor talkshows gevraagd werd. Niet de drummer Buddy Rich, maar de mens Buddy Rich.

`Waarom je als metaldrummer naar Buddy Rich zou moeten gaan luisteren? Niet om wat hij doet te vertalen en als metaldrummer te gebruiken. Wel omdat je hoopt om zo goed muziek te maken als Buddy deed, en dat net zo lang te doen als hij het deed, en om net zoveel te kunnen geven en te kunnen bijdragen als hij deed. En om te zien hoe fris hij altijd klonk, hoe `Buddy Rich' hij altijd was, en hoe hij hield van wat hij deed. Dat kan je van hem leren. De liefde, de passie. Je moet niet gaan proberen net zo snel te leren spelen. Dat heeft namelijk geen enkele zin, zolang je niet zo snel kan denken als Rich deed. Zoals mensen dachten dat ze niet hoefden te leren lezen, omdat Rich ook niet las - en dat waren toevallig altijd mensen die niet de oren hadden die Rich had... Zoals de meeste mensen die oren niet hebben...'

De setup van Buddy Rich

Iemand zag Rich eens naar een rototom kijken. Wat hij daarvan dacht? `Mensen hebben de neiging zich steeds met dat soort nieuwigheden bezig te houden. En als ze daarmee uitgespeeld zijn zie je ze weer achter een gewone set zitten. Dus waarom zou je je met die bullshit bezighouden? Je weet toch waar je terechtkomt; ga daar dan gewoon heen.'

Ook enkelvellige toms en volgestopte bassdrums vonden geen enkele genade in zijn ogen, en zijn gebruik van elektronica bleef beperkt tot één Syndrum, als een effectje tijdens een tournee in 1980. Verder beschouwde hij elektronische drums als `de ergste uitvinding in de geschiedenis van het drumstel'.

Iemand die Rich vroeg waarom hij geen dubbele-bassdrum gebruikte terwijl Louie Bellson dat wel deed, kreeg als antwoord dat Bellson er dan blijkbaar twee nodig had om te doen wat Rich met eentje deed. Als er dan toch dubbele klappen uit die ene trommel moesten komen, sloeg hij die met z'n pedaal en z'n rechterstok. Rich liet één keer wél twee bassdrums op het podium zetten, in 1949. Waarom? Omdat Bellson zo vreselijk veel publiciteit kreeg met die twee bassdrums dat Rich het hoog tijd vond om te laten zien hoe het nou echt moest...

Aan de samenstelling van zijn set veranderde Rich eigenlijk nooit wat. Een behoudend mens, of gewoon iemand die wist wat hij wilde: een 14+x5½ snaredrum, een 26+x14+, met twee viltstrips gedempte bassdrum, een 13+x9+ tom, en twee 16+ floortoms waarvan de tweede vooral als bijzettafeltje diende. In de jaren zeventig speelde hij op Ludwig, maar hij bleef spijt hebben dat hij zijn oude Slingerland Radio King-set had weggedaan.

In 1982 sprak hij Joe MacSweeney, eigenaar van het Amerikaanse merk Eames, aan wie hij vertelde dat een oude Radio King voor hem nog altijd de perfecte snaredrum was. MacSweeney zocht, vond, en restaureerde zo'n trommel voor Rich. Die was zo enthousiast dat MacSweeney achter een complete set Radio Kings aanging. `Hij wilde een hele simpele set hebben, met lichte standaards, zonder dempers. Niks bijzonders, zei hij: gewoon een drumstel waar ik me bij op mijn gemak voel.' MacSweeney vond een rode bassdrum, een blauw tommetje, en een zwarte floortom, allemaal uit de jaren veertig. Hij werkte de draagranden bij, repareerde de boel waar dat nodig was en zette er Buddy's white marine pearl bekleding op. Rich was enthousiast en speelde dus weer Slingerland: dezelfde set waar hij op begonnen was.

Over stemmen zei Rich hetzelfde als Art Blakey: `Ik stem mijn vellen niet. Ik span ze.' Joe MacSweeney: `Hij liet de stemming soms ook flink verlopen voordat hij de boel weer eens ophaalde. Dat was allemaal niet zo belangrijk voor hem. Niet zo belangrijk als de muziek die hij ermee maakte.' Toch kreeg de technicus die zo vriendelijk was een keer een grote kreukel uit het bassdrumvel weg te draaien een uitbrander die de beste man zijn leven lang bijgebleven is... Rich hield het snarenvel en zijn snarenmat op een behoorlijk hoge spanning. Een relatief laag gestemd bovenvel gaf de trommel de diepte die hij zocht.

Belangrijk onderdeel van Rich's uitrusting was de flinke plaat multiplex die hij als drumvloer gebruikte. Die houten ondergrond zorgde voor een reflectie van het geluid, dat daardoor beter door dat van de bigband heen drong.

Zijn bekkensetup (Zildjian) bestond meestal uit een paar 14+ New Beat hi-hats, twee 18+ crashes, een 20+ Medium ride, en de eeuwige 8+ splash, bovenop de bassdrum. Een enkele keer liet hij een 20+ china-type met rivets bij zijn set hangen.

Toen Vic Firth in 1991 de Buddy Rich Signature stok uitbracht, maakte dat heel wat tongen los. Niet alleen omdat het lijkenpikkerij zou zijn (de extra opbrengst was overigens bestemd voor het Memorial Scholarship-fonds) en omdat de stok een wat lijkbleek kleurtje heeft, maar omdat Pro-Mark-baas Herb Brochstein wist dat Rich `in de jaren zestig op ons Professional model speelde, de tien jaar daarna op onze 5A, en de laatste tweeëneenhalf jaar met de Mike Balter 5A, die erg op die van ons lijkt. We hielden altijd 5A's van rond de vijftig gram voor hem apart, omdat hij die het liefst gebruikte.' Volgens dochter Cathy is de Vic Firth-stok echter gebaseerd op een model dat Rich ontwierp toen hij bij Ludwig zat. Hij gebruikte die stok tot 1982. De huidige Signature is aangepast aan de huidige eisen door hem iets langer en dikker te maken.

 

Bronvermelding

1 Buddy Remembered, door Burt Korall, Modern Drummer, augustus 1987

2 Rich Raps, door Elliot Tiegel, Down Beat, maart 1982

3 Een fragment van zo'n `toespraak' is te vinden in Oerwoudtelegraaf in Slagwerkkrant 67, mei-juni 1995

4 The Unfunny, een kritische beschouwing op de kritiek op Buddy Rich, Gene Lees Jazzletter, maart 1996

  1. Buddy Rich, door Rick Mattingly, Modern Drummer, januari 1986
  2. Traps, The Drum Wonder, The Life of Buddy Rich, door Mel Tormé, Mainstream Publishing, ISBN 1 85158 893 9, 233 pagina's. Onverbloemde en volledige biografie. `A hell of a book', aldus Frank Sinatra.

 

Geselecteerde discografie

Uit de enorme schat aan platen en cd's hebben we een selectie gemaakt. Echte aanraders om representatief kennis te maken met Buddy Rich zijn de verzamelaars Compact Jazz: Buddy Rich en Illusion, de Rich vs Roach-cd, en het Drum Battle-album van Rich met Gene Krupa. In de discografie is vrijwel overal gekozen voor vermelding van de opnamedatum als jaartal. Als alleen de titel vermeld is, heeft Buddy Rich de cd onder eigen naam gemaakt.

jaren dertig

Artie Shaw and His Orchestra - In the Blue Room/In the Cafe Rouge (RCA 2118527, 1939)

Artie Shaw - The Indispensable Artie Shaw, Vol.1/2 (RCA 2126414, 1939)

jaren veertig

Tommy Dorsey & His Sentimentalists - Having Wonderful Time (RCA 2121824, 1940)

Count Basie and His Orchestra - Count Basie 1940/44 (Jazz Society AA512, 1944)

Nat King Cole Quintet - Anatomy of a Jam Session (Black Lion BLCD760137, 1945)

Benny Goodman - Benny Goodman Selection (CBS 474768, 1945)

Rags to Riches (Four Star 40055, 1946)

One Night Stand (Bandstand BDCD 1528, 1946)

Lester Young Trio (Verve 521650, 1946)

Buddy Rich and His Legendary '47‑'48 Orchestra (Hep 12, 1948)

Charlie Parker - Complete Charlie Parker (Verve 837141, 1949)

 

jaren vijftig

Charlie Parker ‑ Bird's Best Bop (Verve 314527 452‑2, 1950)

Charlie Parker - Dizzy Gillespie Quintet - Dizzy's Diamonds (Verve 513875, 1950)

Tommy Dorsey Orchestra - The Postwar Era (Bluebird 6366156, 1950)

Swinging Count (Verve, 1952)

Harry James & His Orchestra - Idem (Laserlight 15732, 1953)

Count Basie Sextet - Royal Garden Blues (1953)

Benny Carter Quintet - Cosmopolite (Verve, 1954)

Buddy Rich & Gene Krupa Orchestra - Krupa and Rich (Verve 521643, 1955)

This One's for Basie (1956)

Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson - Welcome to Jazz: Ella Fitzgerald (1956)

Flip Philips Trio/Quartet - Best of the Verve Years (Verve 521645, 1950-1958)

The Cinch (Spotlight SPJ149, 1958)

Art Tatum - Tatum Group Masterpieces, Vol.5 (Pablo 2405-428)

Buddy Rich & Max Roach - Rich vs Roach (Mercury 6336 324, 1959)

 

jaren zestig

Playtime (Le Jazz CD47, 1960)

Compact Jazz (Verve 833295, 1961)

Buddy Rich & Gene Krupa - Drum Battle (.................)

Swingin' New Big Band (Pacific Jazz, CDP 7243 83523221, 1966)

Big Swing Face (Pacific Jazz CDP 724383798926, 1967)

Buddy & Soul (BGOCD23, 1969)

 

jaren zeventig

Keep the Customer Satisfied (BGO CD169, 1970)

Different Drummer (RCA, 1971)

Rich in London (RCA, 1971)

Illusion (Sequel NXT CD 181, 1971)

Time Being (RCA ND86459, 1972)

Buddy Rich and His Orchestra (Laserlight, 1973)

Ease On Down the Road (LRC CDC 8511, 1974)

Tuff Dude (LRC CDC7972, 1974)

Lionel Hampton Presents Buddy Rich (Kingdom Gate7011, 1977)

Sound of Jazz (CLCD 65010, 1977)

Best Band I Ever Had (DCC606, 1977)

Buddy Rich and His Orchestra - Europe 77 (Magic DAWE60, 1977)

Class of '78 ((BBC Century CJCD832, 1977)

Mel Torme and Buddy Rich - Together Again for the First Time (UDCD 592, 1978)

 

jaren tachtig

Live at Ronnie Scott's (DRG 91427, 1980)

Rich and Famous (Meteor CDMT 004, 1984)

Mr Drums: Buddy Rich Live on King Street (Cafe CD 2‑732, 1985)

Live at King Street Cafe (Pacific Jazz, 1985)

Buddy Rich Big Band - Last Known Taped Live Performance (EBCD 2126)

 

In 1994 kwam uit Burning for Buddy, A Tribute to Buddy Rich: achttien topdrummers met de bigband van Buddy Rich.

 

videografie

Onder fans van Buddy Rich is er altijd een levendige stroom videokopieën met zeldzame beelden van concerten, talkshows, en  interviews geweest. Veel van de meest waardevolle beelden, waaronder tal van solo's, zijn onlangs bijeengebracht in de Jazz Legend-video's van DCI Music Video. Ook op de Memorial Concert-video's (in totaal zes delen), en de Burning for Buddy-video's (twee delen) waarop hedendaagse topdrummers met de Buddy Rich Big Band samenspelen, staat historisch materiaal van Buddy Rich.

Jazz Legend, Part 1: 1917-1970 (67min)

Jazz Legend, Part 2: 1970-1987 (80min)

Burning for Buddy, Part One (83min)

Burning for Buddy, Part Two (89min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.I (64min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.II (64min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.III (73min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.IV (64min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.V (..min)

Buddy Rich Memorial Concert, Vol.VI (..min)

Buddy Rich, Memorial Scholarship Concert Highlights (40min)

 

bibliografie

-Inside Buddy Rich, door Jim Nesbitt in samenwerking met Buddy Rich, 1984 (uitgever en ISBN-nummer onbekend)

- Snare Drum Rudiments, door Buddy Rich, i.s.m. Henry Adler (Amsco Publ.)

- Buddy Rich Retrospectief, Slagwerkkrant 73, september 1995

- Buddy Rich - in memoriam, Slagwerkkrant 22, juni 1987

- Drummin' Men

- Mel Tormé - Traps, The Drum Wonder, the Life of Buddy Rich (Mainstream ISBN 1851581939)

- En tal van andere artikelen en interviews die in de loop van Rich's levenlange carrière verschenen