Han Neijenhuis - Oordoppen & Aldridge
Online column over een avond met Tommy Aldridge
Muzieknieuws 05-10-2017 17:33
Han Neijenhuis beschrijft in deze online column zijn ontmoeting met drumheld Tommy Aldridge. Hij bezocht de drumclinic die de iconische rockdrummer donderdagavond 21 september gaf op het Slagwerkkrant Podium in Drumland (Lijnden). Lees hieronder zijn persoonlijke relaas en bekijk de video die we al eerder op Facebook plaatsten. In Slagwerkkrant 202 (november-december 2017) lees je ons verslag en in het nummer daarna vind je een uitgebreid interview met Aldridge.

 

Wie drummer en vaste Slagwerkkrant-auteur Han Neijenhuis volgt via Social Media, vindt foto’s van optredens met vaste blues & rootsband The Veldman Brothers (erg goed; ga kijken als je de kans hebt!) en voordien met bluesgitaarhelden als Tony Spinner en Leif de Leeuw, maar even zo makkelijk artikelen voor Soundz Magazine (laatst nog een interview met Glenn Hughes) en dus onze eigen Slagwerkkrant (interviews met o.a. Hans Eijenaar, Wouter Prudon, Jonathan Joseph).


Han Neijenhuis

Leuk op zijn Facebook-pagina zijn ook de column-achtige stukjes die hij regelmatig schrijft over zo’n beetje alles wat hem bezighoudt. Wij hebben besloten om de mooiste schrijfsels die betrekking hebben op drums en slagwerk te publiceren, hier op Slagwerkkrant.nl. De eerste lees je hieronder; een mooi verhaal over de ontmoeting met drumheld Tommy Aldridge.

 

 Tommy Aldridge op het Slagwerkkrant Podium in Drumland 
(foto Dennis Boxem)

 

OORDOPPEN & ALDRIDGE
door Han Neijenhuis

De man bij de ingang scande onze toegangskaartjes.
‘Oordopjes liggen rechts op de bar’, voegde hij er aan toe.
Oordoppen??
Mijn drummaatje Arno en ik keken elkaar aan. We lachten schamper.
De man kende ons duidelijk niet.
Oordoppen, daar doen wij niet aan.
We zijn geen watjes. En ook die gebruiken we trouwens niet.

Nou ja, tijdens de drumles hebben mijn drumleerlingen en ik wel gehoorbeschermers op. Dat moet, want het gaat soms enorm tekeer met die drums en muziek. Dan zijn oordoppen verplicht. Ook voor mij.

Maar tijdens optredens heb ik zelden of nooit doppen in. Nu spelen we met de Veldman Brothers niet zo enorm hard, maar ook in het verleden heb ik nooit gehoorbescherming gebruikt. Ondanks de ronkende gitaarversterkers van Tony, Sonny, Leif, Rob, Michael, Gordon en wie al niet meer naast me.

Heel dom, hoor ik vaak. En dat is ongetwijfeld waar. Maar ik vind het onprettig, mis de power en dynamiek. En kennelijk kunnen mijn oren wel wat hebben, want ik heb ook na bijna 40 jaar live spelen nergens last van. Behalve dan dat mijn vrouw zegt dat ik de televisie vaak wel erg hard heb staan. Maar daar heeft zij dan weer vooral last van.

En dus namen Arno en ik, zonder oordoppen en vol goede moed, vorige week donderdagavond plaats op de tweede rij in de bovenzaal van Terpstra Muziek Drumland in Lijnden, onder de rook van Amsterdam. Op het podium, nauwelijks een paar meter verderop, de grote Yamaha kit van Tommy Aldridge, die er deze avond een clinic gaf.

Aldridge is al sinds jaar en dag één van de beste en bekendste hardrockdrummers van de wereld. Altijd een dubbele kit met vooral veel cymbals. Ik telde er dertien, inclusief een ride en een splash. Dan blijven er nog elf crashes over. Altijd raak dus.

Ook had Aldridge twee hihats, beide aan de linkerkant, vlak naast, zelfs iets boven elkaar. Eén daarvan was continu dicht, voor de momenten dat hij dubbele bass speelt. En dat gebeurt nog al eens, zo wisten Arno en ik.

Want we kennen veel van al die min of meer legendarische rockalbums waarop Aldridge speelt. Tribute en Bark At The Moon van Ozzy natuurlijk, Go For What You Know van bluesrocker Pat Travers en niet te vergeten Slip Of The Tongue van Whitesnake uit 1989. Het was een lp waar ik destijds reikhalzend naar uitkeek, maar die eigenlijk toch ietsje tegenviel, na het imposante 1987-album. Maar dat wilde ik toen niet toegeven.

Whitesnake was in de jaren tachtig namelijk mijn favoriete band. En Tommy Aldridge één van mijn favoriete drummers, samen met John Bonham, Cozy Powell, Ian Paice en nog wat van die rockers. Dus ik was maar wat opgetogen toen Aldridge eind jaren tachtig bij ‘mijn’ Whitesnake ging spelen.

Tommy Aldridge bij Whitesnake (met rechts Adje van de Berg)

Ik zag hem voor het eerst live tijdens het Monsters of Rock-festival in 1990 in de Utrechtse stadion Galgenwaard. Dat was sowieso een bijzonder concert, want één vak verder op de Galgenwaard-tribune spotte ik dat knappe Baakse meisje, die ik een tijdje later leerde kennen en met wie ik inmiddels al 26 jaar samen ben. Ondanks het volume van de tv.

Maar ik herinner me ook een spetterend optreden. Met een grootse ovatie en het in die jaren onvermijdelijke ‘olé olé’ voor 'onze' Adje Vandenberg, die even daarvoor zijn eigen band had ingeruild voor een plekje bij Whitesnake. Maar vooral ook herinner ik me de drumsolo van mijn held Aldridge, met zijn dubbele bassdrums en het intermezzo waarin hij de stokken weglegt en met zijn handen de snare en toms beroert. Net als Bonham dat ooit deed.

Tommy Aldridge is met recht de kleine man van het grote gebaar. Dynamiek, subtiliteit, ghostnotes, kom er niet om bij hem. Aldridge is van van dik hout. Van boomstammenhout. Ieder klap is snoeihard en raak. Liefst vooraf gegaan door al dan niet boven zijn krullende hoofd draaiende sticks. ‘Want het oog wil ook wat’, aldus de drummer.

En zo ging het in eerste instantie ook tijdens de clinic bij Drumland. Zonder iets tegen ons, het publiek, te zeggen speelde hij mee met vijf backingtracks, waaronder Bad Boys, Judgement Day en Crying In The Rain van Whitesnake. En dat deed hij alsof hij met een voltallige band in de Madison Square Garden zat. Oftewel vol power en overgave.

Tommy Aldridge in Drumland (foto Han Neijenhuis)

Bekijk hier de Facebook Live-video van de clinic die we eerder plaatsten op onze Slagwerkkrant FB-pagina

Ik moet eerlijk bekennen dat ik na een tijdje licht begon te twijfelen aan het eendimensionale gehak van Aldridge. Vond ik het nog wel mooi? Mijn voorkeur voor drummers, grooves en sounds is de laatste tien, vijftien jaar veranderd; dat werd me eens te meer duidelijk. Ik houd juist wel van dynamiek en subtiliteit. Graag meer blues en soul in plaats van enkel spierballen. Eigenlijk vind ik de oude, bluesy Whitesnake, die van vóór 1987, met terugwerkende kracht veel interessanter dan die van daarna.

toen Aldridge na vijf keiharde songs en een drumsolo inclusief het blote handen-stuk, begon te vertellen, was ik weer helemaal om. Wat een sympathiek en onderhoudend verhaal! Niks geen interessantdoenerij, wel humor en zelfreflectie. Aldridge vertelde hoe dat harde spelen ooit zijn handelsmerk werd. Hij kon zich onderscheiden, kreeg er jobs door, merkte hij al snel. ‘Ik was niet beter, ik was ánders dan anderen. Dat triggerde me’, zo zei hij.

Maar het was ook zijn toewijding die me pakte. Alles aan de kant om iedere avond de beste prestatie te kunnen leveren. Geen drank en drugs, maar fit blijven. ‘Want dat verdient het publiek’, aldus Aldridge, die nog altijd zei te genieten van het spelen. ‘Reizen en leven in hotels, dat voelt wel als een soort van werk. Maar drummen is geen werk. Nooit geweest ook.’

Hij speelde ten slotte nog het machtige Still Of The Night van Whitesnake, en hij had me weer helemaal te pakken. Die jongen van 67 jaar oud. Nog altijd met die imposante bos krullen en dat tengere, afgetrainde lijf. Topfit en volledig toegewijd. Qua stijl is Aldridge niet meer mijn grote voorbeeld, daarvoor zitten we, zeg maar, te veel in een andere andere muzikale hoek. Maar wat betreft attitude en mentaliteit zou hij een voorbeeld moeten zijn voor iedere drummer en iedere muzikant. Alles voor de muziek, nog steeds na al die jaren en al die successen. Met onverminderde energie. En nog steeds met een ongelooflijke power. Zelden een drummer gehoord die zo hard speelt.

Na de eerste twee nummers heb ik mijn plek op de tweede rij, een meter of vijf van Aldridge’ kit, zijn cymbals en vooral die knallende snare, heel even verlaten. Ben snel naar achteren gelopen, richting de bar. Aan de rechterkant, daar lagen de oordopjes.

Han Neijenhuis