Han Neijenhuis - Bonham for ever
Online column over een absolute drumheld die eind mei 70 zou zijn geworden
Muzieknieuws 18-06-2018 12:02
Drummer en vaste Slagwerkkrant-auteur Han Neijenhuis mijmert in deze column over grote drumheld en voorbeeld John Bonham, en haalt herinneringen op aan dat ene concert dat best tegenviel, maar toch legendarisch zou blijken.

door Han Neijenhuis

Heb ze begin deze maand allemaal maar weer eens fijn gespeeld: Black Dog, Whole Lotta Love, What Is And What Should Never Be, die machtige halftime shuffle Fool In The Rain, Stairway To Heaven en natuurlijk Kashmir. Boem-tsjak; heel veel meer speelt John Bonham niet in dat mystieke Kashmir, één van de beste classic rocksongs ooit. Maar zelden klonk een boem-tsjak zo powerfull én lichtvoetig tegelijk. John ‘Bonzo’ Bonham, de drummer die Led Zeppelin liet dansen. En die voor vrijwel iedere rockdrummer, van groot tot klein, een held en voorbeeld is. Op 31 mei zou hij 70 jaar geworden zijn.

 

Ik heb hem nog live gezien! Bijna 38 jaar geleden, 21 juni 1980, in Ahoy. Ik was bijna 18. Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat ik ging. Ik was nog niet zo bezig met Led Zeppelin. De lp’s die ik kocht, waren van Status Quo, The Sweet, Deep Purple en vooral Rainbow. Led Zeppelin luisterde ik op de zolderkamer van vriend Henry. Daar dronken we halve liters Grolsch, rookten Samson en draaiden Physical Graffiti en Houses Of The Holy, uit de platenkast van Henry’s oudere broer. Het klonk me wat duister, maar het intrigeerde me wel. Maar mijn favoriete band was het zeker nog niet.

 

Toch besloot ik mee te gaan naar Ahoy met een groepje oudere dorpsgenoten, waaronder geloof ik mijn bandmaatjes Jan (gitaar) en Rieks (geluid). Ze hadden een kaartje over. Ik mee naar Led Zeppelin; geen idee dat het een soort van historische avond zou worden. Dat lag trouwens niet aan het concert zelf. Ik herinner me vooral een enorme brei van geluid, waarin soms zelfs geen beat te ontdekken viel. Bonham zelf was letterlijk en figuurlijk wat op de achtergrond. Hij deed zijn ding, meer niet. Zijn solostuk Moby Dick ontbrak in de set. Pas aan het eind, in toegift Rock ‘n’ Roll, klonk er eventjes een ouderwets knallende eindfill uit zijn Ludwig Stainless Steel kit.

Bonham's Ludwig kit

‘Hij wilde’, zo zei Rieks na afloop. ‘toch nog even laten zien dat hij er wel was.’ Toen nog wel, ja. Maar drie maanden later was Bonham dood. Net 32 jaar. Piepjong eigenlijk nog. Het was tevens het einde van Led Zeppelin. Een vervanger van dat kaliber was simpelweg niet voorhanden. Ook niet mijn toenmalige idool Cozy Powell.

Led Zeppelin in Ahoy (1980)

Heel best was Led Zeppelin niet meer tijdens die laatste tour van 1980, zo las ik later overal. In 2002 had ik de grote eer om Robert Plant te mogen interviewen in Brussel. Hij beaamde die kritische verhalen over de laatste tour. ‘Het was een periode waarin alle bandleden zo hun eigen idee hadden over hoe het verder moest met Led Zeppelin. Ik had er zelf in ieder geval niet meer zo veel plezier in’, vertelde hij erover. En over zijn vriend John Bonham: ‘Ik heb nooit overwogen om door te gaan zonder John. Dat was voor mij echt ondenkbaar’, aldus Plant, die Bonham vooral een aardige en gemoedelijke familieman noemde. Reizen was niet zijn hobby. Liever was hij thuis bij zijn gezin. Kijk, dat zijn de mooie dingen om te horen.


Led Zeppelin in 1975

Later nog sprak ik Led Zep-bassist John Paul Jones telefonisch. Hij noemde spelen met Bonham een droom voor iedere bassist: ‘Het was altijd fantastisch met John. Hij had een ongekend gevoel voor ritme en groove. We voelden elkaar ook feilloos aan.’

Gaandeweg ben ik me meer en meer in Led Zeppelin en John Bonham gaan verdiepen. Kocht hun platen, ging ze meespelen. Probeerde een beetje minder Cozy Powell en iets meer John Bonham te worden. Groove en swing, vermengd met power. Veel jaren later, in 2007 schreef een Duitse recensent over een Tony Spinner-gig dat ‘drummer Neijenhaus’ (t blijven Duitsers....;-) hem ‘zeitweise gar an den großen Bonzo erinnerte’. Zo’n beetje het mooiste compliment dat ik ooit kreeg. Was het blijkbaar toch een beetje gelukt om de Bonham-feel te adopteren.

 Duitse recensie Tony Spinner-gig in 2007

Maar vooral ook is het mooi om te kunnen zeggen dat je ze nog hebt gezien. De machtige Led Zeppelin en de legendarische John Bonham. Daar kan je nog eens indruk mee maken, merk ik. Toen ik het jaren geleden vertelde aan Myles Kennedy, Alter Bridge-zanger en erkend Zeppelin-adept, keek hij me vanonder zijn mutsje aan met een mengeling van ongeloof en jaloezie. Ineens waren de rollen omgedraaid: ik was heel even Myles’ held in plaats van andersom. Kort daarna, in 2008, was Kennedy serieus kandidaat om Robert Plant te vervangen tijdens een mogelijke reünie-tour van Led Zeppelin, die er uiteindelijk niet kwam. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Het is ook leuk om met jonge muzikanten over Bonham en Led Zep te praten. ‘Ik heb ze nog live gezien’, roep ik dan wel eens. En ik weet: dan kijken die jonkies je aan met een blik dat je dan wel enorm stokoud moet zijn – wat op zich ook wel weer klopt, natuurlijk. Want Led Zeppelin is in hun ogen een band uit een wel heel ver verleden.

 

En zo is het natuurlijk ook. Maar tegelijkertijd zijn zowel de band als Bonham onverminderd actueel. Nog altijd worden er talloze jonge rock- en bluesmuzikanten beïnvloed door Page, Plant, Jones en Bonham. Zoals de jongens van Greta Van Fleet uit Michigan. Gemiddeld net 20, afgelopen weekend op Pinkpop. Wat een heerlijke band! En over ‘erinneren an den großen Bonzo’ gesproken: luister naar hun drummer Danny Wagner!

Danny Wagner van Greta Van Fleet

Zie ik Greta Van Fleet – mooie mysterieuze naam ook – op Youtube dan weet ik: dat is een van de dingen die ik ooit wil gaan doen. Spelen in die stijl. Een band zoals Led Zeppelin, een tribute misschien, of hoe dan ook. Nog geen idee... Whole Lotta Love, Black Dog en Kashmir spelen. Boem-tsjak. Maar dan Bonham-style. 70 jaar zou hij nu zijn. Voor altijd een legende.

 

Online columns Han Neijenhuis

Drummer en vaste Slagwerkkrant-auteur Han Neijenhuis is typisch zo iemand waarvan je niet weet of ie nou een schrijvende drummer is of een drummende schrijver. Wie hem volgt via Social Media, vindt foto’s van optredens met bluesrockband The Veldman Brothers en met bluesgitaarhelden als Tony Spinner en Leif de Leeuw, maar even zo makkelijk artikelen voor Soundz Magazine (b.v. een interview met Glenn Hughes) en dus onze eigen Slagwerkkrant (o.a. Hans Eijenaar, Wouter Prudon, Jonathan Joseph, Collin Leijenaar). Leuk op zijn Facebook-pagina zijn ook de column-achtige stukjes die hij regelmatig schrijft over zo’n beetje alles wat hem bezighoudt.
Wij hebben besloten om alle schrijfsels die betrekking hebben op drums en slagwerk te publiceren, hier op Slagwerkkrant.nl. Dit is de vijfde.
De eerste vind je hier: een mooi verhaal over de ontmoeting met drumheld Tommy Aldridge
De tweede vind je hier: een warme ode aan Han’s oude DW set.
De derde vind je hier: een ontboezeming over de connectie tussen Cozy Powell en Tsjaikovski
De vierde vind je hier: de naamgever van een vaderlandse muziekopleiding wordt liefdevol ontmaskerd