North Sea Jazz: de knisperende sound van Jamie Peet, de groove van Questlove en de wondere kleuren van Mino Cinelu

Reportage van de 50e editie van North Sea Jazz

Muzieknieuws 13-07-2026 12:07

Het is natuurlijk meteen raak als de 50e editie van North Sea Jazz 2026 in Ahoy Rotterdam vrijdag 10 juli geopend wordt door een concert van Questlove & Friends. De afsluiting is al even spectaculair: tijdverplaatsing, power, knetterstrake fills, chops en jolijt door Gene Coye bij Hiromi. Drie dagen lang volgde Dick de Waal voor Slagwerkkrant al die megacreatieve drummers en percussionisten! Ondertussen sprak hij met Ayo Salawu, Keita Ogawa, Gene Coye en Jay Bellerose. Interviews later in Slagwerkkrant!

door Dick de Waal - foto's Eric van Nieuwland

De NPO zendt tot en met zondagavond 24 uur lang streams uit van de concerten, met Kokoroko, The Roots, Steve Coleman, Leif de Leeuw en vele anderen. Via bv Ziggo kan je ze ook terugkijken.  

De derde dag North Sea Jazz begint met claves klappen in de Hudson: wat een coole start! Hier dirigeert Maria Schneider de Clasijazz Big Band featuring Antonio Lizana. Deze voornamelijk Spaanse band presenteert een programma van flamenco in razendknappe arrangementen. Drummer Andreu Pitarch heeft het er maar druk mee. De composities bevatten namelijk talloze dynamiekwendingen en tempowisselingen. Naast hem Carlos Cortés en Vincent Thomas op onder meer maracas en cajon. 
Drie stukken hebben we gezien: Journey Home, Choro  Dançado en Coming about. Prachtige saxsolo’s, dat moet gezegd. Lizana, de zanger uit Cadiz, die overigens ook saxofonist is, toont zich de koning van de frygische toonladders, waarbij de eerste sprong na de grondtoon die lekker dramatische kleine secunde is. Een verademing.

Bij Youssou N’Dour pakken we de soundcheck en Shaking the Tree mee, het nummer dat oorspronkelijk door de Senegalees Youssou werd geschreven maar vooral bekend werd door Peter Gabriel. Dat doet hij briljant. Indrukwekkende backing vocals, kekke dansjes en fijne djembé’s. De centrale mantra van het stuk ‘Souma Yergon, Sou Nou Yergon We are shakin' the tree’ blijft nog lang nagalmen. Het anthem promoot vrouwenemancipatie in Afrika. Niet onbelangrijk in tijden waar femicide in Nederland gemiddeld eenmaal in de acht dagen plaatsvindt. Sorry voor deze sociale update.
Mijn uitgever Erk Willemsen voegt achteraf fijntjes toe dat dit sindds 1988 de achtste keer was dat hij Youssou N'Dour zag. Dit keer nam hij bij N'Dour tegenzin waar. Toen het publiek na een half uur niet enthousiast genoeg was nam hij de hele band mee het podium af en pas na een afgedwongen we want more kwam hij terug voor nog twee nummers, waaronder de als altijd spetterende solo van tama-speler Assane Thiam - al meer dan 40 jaar in de band! - zie de video hieronder - en het al genoemde Shaking the Tree. 

Drummer Heinriech Köbberling speelt bij het Duitse Julia Hülsmann Quartet. Die pianiste studeerde onder meer bij Maria Schneider, die we zojuist bekeken in de Hudson. Jetzt noch Nicht klinkt: een vrolijk uptempo swingstuk waar Köbberling vrij straightforward maar functioneel doorheen galoppeert. Op opvallend hard klinkende, mogelijk dikke cymbals. Bij het tweede nummer dat we ontwaren we plots een hoop minder ding-ding-a-ding en veel meer frivoliteit. De drums klinken nu volledig anders: dieper, creatiever en met meer woosh in de cymbals. Grappig hoe stijlwisseling de suggestie wekt van andere gear. Er is in dat kader namelijk helemaal niets veranderd. Als laatste horen we hier een bijzonder sterke balladvariant van David Bowie’s This is not America. De spijker op de kop.

Als we de Madeira inlopen, knutselt Peter Erskine aan z’n basspedaal. Het ding doet niet wat hij wil. Vijf minuten later begint z’n optreden met pianist Fred Hersch en contrabassist Drew Gress. Hersch behoort tot de galerij der groten en datzelfde geldt natuurlijk voor onze drumheld uit Los Angeles. Everybody’s song but my Own van trompettist Kenny Wheeler is het eerste stuk: een fijne opwarmer. Erskine lijkt er lekker in te zitten: hij glimlacht constant. Bij Plain Song komen even de brushes uit de la. Wat klinkt dat toch mooi door de immense PA in deze bovenzaal. Hersch begon z’n carrière als klassiek pianist en dat hoor je duidelijk. Sonny Rollins overleed niet lang geleden. Hersch was een groot fan van de legendarische saxofonist. Vandaar klinkt hier Softly, as in a Morning Sunrise. Leuke luistertip: check de live opname van Rollins in the Village Vanguard van 3 november 1957, aldus Hersch zelf. Zelfs als Erskine tijdens een contrabassolo praktisch alleen kwartnootjes tikt op de hihat, is het nog steeds enorm gaaf. Lief is het hoe hij de ritmes van veel eindjes bijna cartoonesk meepikt. The Surrounding Green volgt, van het album met dezelfde titel van Hersch uit 2025. Als je ziet hoeveel aandacht hier besteed wordt aan klank, is het moeilijk voor te stellen dat dit dezelfde drummer is uit de luidste jazzband ooit: Weather Report. Een ontroerende performance. De email die Erskine terugstuurde op ons bericht na de gig over onze waardering voor zijn bijdrage kunnen we hier niet delen. In het kort: hij is een prachtig mens. 

Gene Coye is de drummer bij pianiste Hiromi op deze laatste dag. We ontmoeten voor de show snel nog even z’n front of house geluidsman Mario uit Australië, die vaak ook shows van Steve Gadd doet. Oeh: dat begint met een nasty shuffle: nu al feest. Op het podium verder: trompettist Adam O’Farrill en superbassist Hadrien Ferraud. Een enorm relaxte groove in om en nabij de 70bpm (nerd). Coye zit achter een kit van sponsor Yamaha: dat treft want die endorsen hem. Pure controle; nog geen hysterische gekkigheid achter de vleugel. Wel genadeloos smeuïge baspartijen. En Coye is fully in control. ‘Ik speel deze muziek al drie jaar. De stress zit in het reizen, niet in de gigs.’ We zitten naast de monitortafel, pal achter de drums: dat biedt een ander perspectief. Consequent de hihat trappend op de offbeat: dat werkt dus inderdaad groove-verhogend. Zelden iemand zo laid-back een groove zien nailen. Wel loeren al behoorlijk enge fills en ruige randjes. Die komen los in het tweede stuk. De onweersbui nadert op het podium. Ergonomie viert hoogtij bij Coye. Ferraud is nu beland in een bebop battle met Hiromi. In een werkelijk obsceen tempo. Om vervolgens te escaleren in een collectief orgasme. Waar zitten we hier naar te kijken? Mensen lieve: dit grenst aan het ongelofelijke. Wat Coye hier speelt over een relatief simpele vamp van de andere drie is ronduit bizar intelligent. Alleen maar tijdverplaatsing, power, knetterstrake fills, chops en jolijt. In dit stretching genre onderscheiden echt goede drummers zich van de rest in de controle binnen het totale dynamische spectrum. En dan met name aan de linkerzijde. Die breakbeats. Er volgt een passage met louter collectieve staccato breaks waarbij de time ons hier volledig ontgaat. Voer voor mathematici. Het priemgetal 7. Dat soort werk. Waar is de 1? En al z’n andere vriendjes? Maar alles blijft wel genadeloos strak. We hebben zojuist een onvergetelijk hoorcollege bijgewoond over spanningsopbouw. Waarvoor grote dank.

De eerste twee van drie dagen North Sea waren soms kabbelend, maar meestal euforisch. Aan het eind van Dag 2 denk je alles gehad te hebben. Op de laatste microgram energie stap je toch de Amazon binnen. Want daar zit Pat Metheny, met onze eigen Jamie Peet achter de drums (foto boven). Onder de bezielende leiding van dirigent Tyn Wybenga. Die band brengt zulke intense stukken, met zulke doordachte arrangementen; het is zoals ze altijd zeggen: you had to be there.
Heel graag zou ik de partijen van Jamie Peet hier eens willen inzien. Kunnen we daar als eenvoudige hobbyisten enige chocola van maken? Een batterij strijkers (graag meer in de toekomst), horns (onder meer Kika Sprangers) en Peet die daar enorm geconcentreerd en geroutineerd zit te musiceren en zichtbaar geniet. Dat doen wij hier allemaal ook. Wat speelt deze man toch met een smaakvol toucher. Z’n sound is knisperend; hij voelt vorm aan als geen ander; en communiceert als een malle. Zonder stokken in lieflijke passages blijft ie eveneens sterk. Een serieuze ambachtsman met gevoel voor vinnige tomflams, pressrolls, en alles wat vrije muziek vuur en smoel geeft. Dit is geen gratuite benadering: dit is wereldklasse. Mogen we ook meer vibes (Aleksander Sever) bij alle acts? Soms zie je optredens die niet volledig op stoom komen of routineus overkomen. Dit is de complete antithese daarvan.

Dag 2 begon in de Darling, waar we Robert Glasper zien in kwartetbezetting, met contrabassist Burniss Travis Jr. en plaatjesdraaier Jahi Sundance. Bij binnenkomst klinken staccato pianopartijen die zo nu en dan bewegen richting vrije interpretaties. Drummer Justin Tyson beukt hier stevige backbeats. De grote bewegingen zijn daarbij niet van de lucht. De dynamiekduiken evenmin.
Glasper zingt vrij zoete liedjes over vlammetjes die in hem branden. De kracht zit ‘m vooral in de overgangen, tussen grooves, stijlen en feels. Tyson zet ijzersterke, razendsnelle beats neer over gesamplede vamps. Beat displacements galore. Heel eerlijk gezegd is hij het die dit kwartet hier naar een hoger plan tilt. Long live the drummer!

Om 20:45 zijn we getuige van iets speciaals. Artist in Residence Cécile McLorin Salvant zingt het Book of Ayres: barokmuziek met een adembenemende verzameling instrumenten, waaronder een klavecimbel en teorbe: een luitachtige van pak ‘m beet één meter 80 lengte. De super aimabele Japanse percussionist Keita Ogawa uit Brooklyn spraken we twee weken geleden. Gisteren vloog hij binnen vanuit JFK en morgen vliegt ie alweer terug. Wat is het fijn dat hij hier is met deze exceptionele band. De zangeres is getooid in een oogverblindend kostuum met een nekkraag die uit een Rembrandt lijkt te zijn geplukt. Het is belangrijk dat deze liederen een plek hebben op dit festival. Haar stem is krachtig, loepzuiver en kent een griezelig bereik. Cécile studeerde onder meer in Zuid-Frankrijk. De klassieke muziek die ze daar opzoog wordt hier op hartverwarmende wijze de Hudson ingezongen. We bekijken dit concert vanaf de backstage. Dank aan de crew en vooral Hans Slotboom van Ampco. Die laatste nam ons nog even mee door de priklijst van een bescheiden 25 kanalen. Check deze muziek en houd je vizier open: er is nog zo veel te ontdekken. Ogawa speelt spaarzaam, klein en smaakvol op een set van handpercussie, djembé, bass pandeiro, snare, cajon en cymbals. Many thanks.

We wandelen de hoek om, naar de clinic van Deantoni Parks, drummer bij Flea’s Honora Band vanavond. Op het Central Park Stage 1 staat een bescheiden Slingerland setje van bass, snare, hihat, ride en een keyboard. Parks speelde onder meer bij The Mars Volta en Meshell Ndegeocello en houdt zich veel bezig met elektronische muziek, film en onderwijs. Dat laatste onder andere op Berklee en bij Stanford Jazz Workshop. De clinic ontvouwt zich van spoken word samples naar dancegrooves onder een behoorlijk hard uitversterkt en heftig synthpatroontje. Veel mensen vinden het betoverend, maar het voelt ook een beetje als EMDR-therapie.

Op de Congo Square vinden we drummer TJ Reddick bij New Jazz Underground. Een mix van hardbop en hiphop, zo luidt de aankondiging. Frisse shizzle, dat sowieso. Saxofonist Abdias Armenteros staat met z’n knar in de volle zon: de sopraan is een tricky houtblaasinstrument, maar deze knakker laat ons een supertoon horen. Ontzettend leuk om zo veel coole variaties binnen een walsje te horen op de drums. Geen akkoorden in deze band dus. Die mis je ook niet. Er wordt hier nu super bizarre bebop voorgeschoteld: wat een verademing na die toch wat monotone sessies van zojuist. Reddick heeft naar Elvin Jones geluisterd: dat kan niet anders. Dit is de kunst van het uiteenscheuren van timebeleving. Christian McBride tipte deze band al op Newport Jazz in 2025. Volledig terecht.

Van een kleine act naar een grote. In de Nile. Marcus Miller Presents We Want Miles. Hier zit niemand minder dan Anwar Marshall te drummen, met naast hem Mino Cinelu op percussie. Als je van de elektrische jaren van Miles houdt, is dit waar je moet zijn. De line-up bevat ook Mike Stern en Bill Evans. Potverdikkie, Miller is a gift that keeps on giving. Marshall drumt inventief: laat stiltes vallen, valt in op onverwachte momenten en doet compleet recht aan de 80s sound die zo typerend was voor Miles’ slothoofdstuk. Telecaster en chorus: that spells Stern. De wondere kleuren die de Franse Cinelu hier neerzet, doen onze percussiehartjes sneller kloppen. Dit is muziek maken op hoogsensitief niveau. Deze man speelde nog naast Al Foster: ga die footage eens lekker bekijken thuis, lieve drummers. Fijne techniek die puur en alleen in dienst staat van de compositie. Het fladdert, zingt en emotioneert.

Die bas van Thundercat is een bezoek aan deze zaterdag al waard. Zijn falsetto stem moet je gewoon trekken of anders proberen te negeren. Een briljante act is het natuurlijk. Lekker neurotische keys-solo’s, onwijs weirde baslijnen en pure insanity achter de drums. Daar zit Justin Brown z’n Tama set gewoon genadeloos te slopen. Als je ooit The Muppets from Space hebt gezien, zie je direct de analogie met Gonzo the Great in die klassieker. Het is hier om 19:45u nog steeds bijna dertig graden en Justin zit ook in die condities nog gewoon met een brommerhelm met glitters op z’n bolletje: held. Gelukkig kijkt ie er nog altijd heel blij bij. Zonder meer een van de meest spraakmakende publiekstrekkers deze editie.

Terug naar Dag 1! In de Hudson zien we Paradox Jazz Orchestra met pianist Randel Corsen. Op de drums Niek de Bruijn, op percussie Lidrick Solognier: een enorm prettige ritmetandem. Corsen, oorspronkelijk uit Curaçao, speelt fantastisch: percussief bijna. De rest van de band is eveneens vlijmscherp. Wat een absurd goeie blazerssectie: een tien voor Teus Nobel en z’n vrienden. En wat zit Niek heerlijk ontspannen briljante partijen te spelen. Hier mag niet alleen Tilburg trots op zijn, maar heel Nederland. Een indrukwekkende opener van dag 1.

Even slaat de verbazing toe als we bij Grace Bowers de Congo binnenwandelen. Deze bluesrockgitariste en zangeres zou niet misstaan op een punkfestival in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Drummer Isabella Lamberti noemt op de website van Gretsch Travis Barker als inspiratiebron en dat is niet verwonderlijk. Er wordt hier namelijk flink gebeukt voor een dame die ooit studeerde aan het befaamde Berklee College of Music.

Door naar de Maas, waar Snarky Puppy en het Metropole Orkest een waanzinnige show neerzetten. Dit blijft een van de meest heftige combinaties denkbaar. Ongelofelijk spannende composities en alles klinkt zo waanzinnig heavy. Drummer Jamison Ross heeft het zichtbaar naar z’n zin en laat prachtig spannende time horen. Een subtiele ode aan Feyenoord klinkt. Nate Werth percussie zien spelen is altijd een feest. 

LA LOM in de Mississippi wint de beker voor de meest originele drumkit. Waarom zou je een snare tussen je benen zetten als het ook een conga kan zijn? Zo dacht ook drummer Nicholas Baker. Die snare is er overigens wel, maar die hangt dan weer boven de bassdrum. Dit is niet het enige originele element. De stijl is dat ook: een zwoele mix van surf, soul en al het moois dat Zuid-Amerika rijk is. Een flatride en een grote crash uit het jaar kruik completeren het arsenaal. Die fantastisch luie cowbell die precies in het midden zit tussen recht en krom doet het ‘m.

Maar liefst twee drummers bij Roy Hargrove’s The RH Factor: Willie Jones lll en Jason JT Thomas. Trompettist Wayne Tucker heeft hier grote schoenen te vullen en doet dat met verve. De hele blazerssectie is zonder meer geniaal te noemen. Een superfijne groovetrein die wordt bestuurd door een spatstrakke dubbele locomotief. Gaaf om te zien hoe die twee soms exact dezelfde grooves, rolls en fills spelen om vervolgens in absolute divergentie elkaar naar enorme hoogten te meppen.

Als er dit weekend één drummer met een signature sound rondloopt, is het Jay Bellerose, vanavond de drummer bij de altijd elegante zangeres Diana Krall. Hij liet z’n drums, een Slingerland uit de jaren ‘40, met de boot verschepen vanuit de VS. We spraken hem over z’n passie voor deze kit, spelen zonder setlist en het belang van de juiste mensen om je heen verzamelen. Wat een sound komt er uit die trommels: warm, sonoor en boordevol karakter. Krall speelt speels, licht en relaxt. On the sunny side of the Street: het is bijna mopje, maar wel wonderschoon in deze triovorm. Voor een man die zegt dat hij absoluut geen jazzdrummer is, heeft Bellerose toch een super lekkere feel voor deze sport ontwikkeld. Niemand kan zo mooi hees I’ve got you under my Skin zingen als deze dame uit Nanaimo Canada. 

De soundcheck van De La Soul is op zich al geestig en belooft wat. Laid back grooves bij deze Native Tongues Posse uit Long Island. Daru Jones is niet alleen drummer bij dit nog altijd übercoole hiphopcollectief maar tevens music director. Vooral de twee percussionisten springen in het oog. Als iemand de namen weet: stuur even een mailtje naar ons mooie blad. Bij Pass the Peas stappen we in. De Nile zit rammetje vol om deze onvervalste old school vrolijkheid te vieren. Wat moet het ontzettend lachen zijn om in zo’n band te zitten. Drumtechnisch is het misschien niet legendarisch, maar juist daarom past het allemaal zo ‘snug’ in dit lo-fi plaatje. Lang leve de verbinding en het sociale engagement in gekke tijden. Say Party!!

Nazir Ebo sluit de vrijdagavond in de Hudson af bij tenorgigant Joshua Redman. Die ochtend stuurde hij een mailtje: of we nog even komen kijken. Uiteraard! In 2024 spraken we hem. Hij speelde toen een geniale show met diezelfde Redman en zangeres Gabrielle Cavassa. En ook vandaag wordt the roof eraf gespeeld. Saxofonisten van dit kaliber zijn zeldzaam. Het is de toon, de lucht, de onnavolgbare techniek en de griezelige beheersing van het instrument waar dit publiek al decennialang massaal op af komt. Ebo is nog altijd een jonge gast. Maar hij drumt zo gruwelijk lekker, met een jaloersmakende flow.

Na 3 dagen een kleine persoonlijke note tot slot. Mijn naam is Dick de Waal. Sinds 2001 heb ik het voorrecht om te mogen schrijven voor Slagwerkkrant. Dat klinkt bijna als een lullige AI-gegenereerde tekst op LinkedIn. Dat is het niet. Mijn recensies over acts op North Sea Jazz en interviews met drummers schrijf ik met ontzettend veel passie en een diep geloof in het belang van muziek in onze maatschappij. In het dagelijkse leven ben ik docent Communicatieve Vaardigheden aan de Haagse Hogeschool in Delft. In mijn rol als bescheiden muziekjournalist haal ik ieder jaar ontzettend veel lol uit deze drie dagen. Onder leiding van onze uitgever Erk Willemsen, werk ik met een team waar ik zonder dollen enorm trots op ben. Ik heb in de afgelopen 25 jaar musici die ik als hobbymatig drummer adoreer, bevraagd over alles wat hen bezighoudt. Die lijst van namen is inmiddels behoorlijk groot. Maar dat is compleet irrelevant. Ik raak ieder jaar meer en meer onder de indruk van de verhalen van mijn interviewees over de stand van zaken in de wereld. Drummer Nazir Ebo van Joshua Redman sprak ik even in de perskamer deze zondag. Zonder expliciet te worden, maakte hij een heel duidelijk punt. Muziek verbindt en laten we elkaar proberen te blijven vinden. Ook in een wereld die momenteel compleet in de war lijkt te zijn. Op weg naar huis ontmoette ik Wahid, een taxichauffeur in Rotterdam en vluchteling uit Afghanistan. Een man die z’n stinkende best doet om zijn vrouw en kinderen een normaal leven te bieden in dit belachelijk rijke land. Slapen is voor hem zeldzaam. Hij droomt over oorlog en vraagt zich continu af wat de reden van zijn bestaan is. Mijn boodschap voor de drummers die dit lezen is: zoek verbinding, wees goed voor elkaar en probeer te begrijpen dat iedereen kwetsbaar is. Sterke leiders zijn mensen die geven om anderen. Eigenlijk zoals in iedere band. Grand merci als je dit hebt gelezen. Ten slotte nog even een kleine note aan de bardame Noah in de Press Club: many thanks voor de gastvrijheid. Dat had ik beloofd.

zoeken
zoeken